Slavin te huur vette negerin

Slavin te huur vette negerin

Slavin te huur vette negerin

27 feb Marcus neukt het halfbloedje Negerinnen - Negerin zuigt hem leeg Negerinnen - Big Black Lekkere vette pijpnegerin Negerinnen - Hardloper mag spelende sletjes u Negerinnen - Tot in studentes voor sex slavin te huur. slaven te vinden zijn die hun gehele leven zedig met elkaar leven.3 Van Heeckeren van geduid, een enkele keer staat er Creool-neger, maar nog vaker staat er helemaal niets. (2) huren soll, die helfer und diener schw: [= Schwestern] klagten diesen boek voor Neue Leute wordt een dikke, vette streep gezet. over den toestand der Negerslaven in gezegde Kolonie een kort verslag te leveren. .. voorschotten rekenen, mesten zich vet door woeker en slinksche .. Een Negerin blijft altoos den naam van meid behouden, om het even hoe men, des noods, handen huren; maar in Guiana is niets, zoodat aldaar, zal Suriname.

De advertenties zijn in dat geval alleen niet langer toegespitst op uw interesses omdat we u niet kennen. Deze advertenties kunnen bijvoorbeeld aangepast zijn aan de inhoud van de website.

U kan dit soort inhoudsafhankelijke webadvertenties vergelijken met reclame op televisie. Als u bijvoorbeeld naar een tv-programma over koken kijkt, zal u vaak in de bijbehorende reclameblokken een advertentie over kookproducten zien.

Voor de cookies die onze derde partijen plaatsen, verwijzen wij naar de verklaringen die deze partijen op hun eigen websites daarover geven. Let erop dat deze verklaringen regelmatig kunnen wijzigen en dat we hier geen enkele invloed op hebben. De content van onze website is grotendeels tot helemaal gratis.

In ruil tonen we ook advertenties. Sommige advertenties of videoboodschappen maken gebruik van cookies. Deze advertenties worden door ons en door derden op onze website geplaatst. Om deze gepersonaliseerde advertenties te kunnen leveren, proberen wij op basis van de websites die u bezoekt op het internet een beeld te krijgen van uw vermoedelijke interesses. Op basis van deze interesses passen we de inhoud op onze website aan voor verschillende groepen klanten.

Ook derde partijen die via onze website cookies plaatsen, kunnen op deze manier informatie over uw interesses inwinnen. De informatie over uw huidige websitebezoek kan in dat geval gecombineerd worden met informatie van eerdere bezoeken aan andere websites dan de onze. Advertentienetwerken en mediabureaus zijn bedrijven die fungeren als tussenpersoon tussen website-eigenaren en adverteerders.

Voor de cookies die onze derde partijen voor advertentiedoeleinden plaatsen, verwijzen wij naar de verklaringen die deze partijen op hun eigen websites daarover geven. Let erop dat deze verklaringen regelmatig kunnen wijzigen en dat wij hier geen enkele invloed op hebben.

Voor het functioneren van deze buttons wordt gebruik gemaakt van social media cookies van social media partijen, zodat deze u herkennen op het moment dat u een artikel of video wilt delen. Deze cookies maken het dus mogelijk dat ingelogde gebruikers van geselecteerde social media bepaalde inhoud van onze website direct kunnen delen. Voor de cookies die de social media partijen plaatsen en de mogelijke data die zij hiermee verzamelen, verwijzen we naar de verklaringen die deze partijen op hun eigen websites daarover geven.

Door de manier waarop het internet en websites werken, kan het zijn dat we niet altijd inzicht hebben in de cookies die via onze website worden geplaatst door derde partijen. Mocht u op deze website cookies tegenkomen die in deze categorie vallen en die we hierboven dus niet genoemd hebben, laat het ons dan weten. Of neem rechtstreeks contact op met de derde partij en vraag welke cookies ze plaatsten, wat de reden daarvoor is, wat de levensduur van de cookie is en op welke manier ze uw privacy gewaarborgd heeft.

De verklaringen hierboven zullen we af en toe moeten aanpassen, omdat bijvoorbeeld onze website of de regelgeving omtrent cookies wijzigt.

We behouden ons het recht voor om de inhoud van deze verklaringen en de cookies die opgenomen staan in de lijsten altijd en zonder waarschuwing vooraf te wijzigen. U vindt op deze webpagina altijd de meest recente versie. De verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens is, afhankelijk van de website die u bezoekt, één van de volgende entiteiten die deel uitmaken van de Belgische ondernemingsgroep De Persgroep NV:.

Bij HLN hechten we veel belang aan uw privacy en het vertrouwen dat u ons geeft. Zo geven we u graag de kans om uw cookie-instellingen te personaliseren. Meer info over ons privacy- en cookiebeleid vindt u via de link onderaan deze pagina. Onze aanbevolen cookie-instelling is niveau 4.

Zo geniet je op elk ogenblik van deze website in optimale omstandigheden. U kan de cookie-instellingen hieronder aanpassen door een bepaald niveau te kiezen. U krijgt dan regelmatig dezelfde advertenties we weten namelijk niet welke reclameboodschap u al kreeg die niet aangepast zijn aan uw interesses.

Weten wat elk niveau precies inhoudt? Scrol dan verder naar beneden. We lezen enkel functionele en analytische cookies uit. Deze cookies houden geen persoonsgebonden informatie bij. Functionele en analytische cookies geven u toegang tot de basis site.

U krijgt advertenties te zien, maar deze zijn niet afgestemd op uw profiel waardoor ze niet altijd relevant zullen zijn en ook regelmatiger zullen terugkomen. Naast de functionele en analytische cookies, bieden we u ook de voordelen van persoonlijke cookies. Deze volgen uw traject doorheen onze website. Hierdoor kan u genieten van extra content die beantwoordt aan uw interesses.

U krijgt nog steeds algemene advertenties die afgestemd zijn op de content van de bezochte pagina. U geniet van een website op maat van uw profiel. Dat kunnen we door bovenop de andere twee cookieniveaus ook advertentiecookies te laden.

Deze stellen ons in staat om een nauwkeuriger profiel op te bouwen rond uw surfervaring en onze website hierop aan te passen, zowel naar inhoud als naar advertenties. Volledige toegang tot de website, makkelijk delen met uw netwerk én reclame op maat met een minimum aan herhaling.

Content liken, delen met uw vrienden of uw mening geven? Bovenop alle andere cookies, kan u ook met uw social media cookies aan de slag. De instellingen van uw browser of toestel laten niet toe dat cookies worden opgeslagen. Deze instelling hindert de werking van deze website. Maar zelfs dan zoudt ge moeten erkennen, dat uw bekwaamste gou- verneurs en de krijgslieden die u verdedigd hebben, telkens opnieuw uit Europa geïmporteerd moesten worden, omdat de bezittende klasse in Suriname door weelde en overdaad te snel degenereerde, dan dat zij zelf bekwame krachten voort kon brengen.

Neen, indien gij in Suriname een standbeeld wilt stichten, doe het dan voor de koks, welke onder gou- verneur de Spörche of onder Crommelin de gewel- dige maaltijden bereidden, waardoor dit tijdperk be- faamd is geworden, of voor de rijtuigmakers, die de prachtige karossen bouwden, waarin de Europeesche dames door de straten van Paramaribo reden.

En nochtans, zoo ergens, dan waren in Suriname de oeconomische grondslagen voor het bouwen eener cultuur aanwezig. Het was geen zeldzaamheid, dat in het paleis van den meester 30 a 50 slaven alleen voor zijn persoon- lijke bediening aanwezig waren. In het einde der 18 de eeuw kwam het stelsel in zwang, dat de eigenaars der plantages het beheer over hunne zgn. Suriname bracht toen in een paar jaren tijds millioen gulden alleen aan suiker, koffie en katoen op.

De vrachtgelden aan Hollandsche schepen, die in Suriname steeds een flinke lading vonden, bedroe- gen ongeveer één millioen. Alleen in werden in Suriname geproduceerd Slaven werden uit de hand verkocht in die dagen, opgesleten tot het uiterste. Maar een zeldzaamheid was het, wanneer men een boek zag in de handen van een blanke. Het oprichten van een schouwburg in die overigens geen stand heeft gehouden werd beschouwd als een daad van groote beschaving. En de Engelsche schrijver J.

Stedman, die enkele jaren in Suriname doorgebracht heeft, schreef: Bij mannen, die zig geheel aan onmaatigheid en aan de verleidin- gen der zinnelijke vermaaken overgeeven, zijn der- zei ver verderf lijke gevolgen maar al te zigtbaar; in den hoogsten graad ontzenuwd en als uitgedroogde geraamten kruipen zij daarhenen" Kenmerkend is ook wat Wolbers in zijn Geschiedenis van Suriname schrijft: Het is eene droevige zaak voor den schrijver om gedurig mel- ding te moeten maken van de zonden en gebreken van het volk, welks geschiedenis hij waagt te schet- sen, doch hij mag hierdoor zich niet laten weerhou- den, om aan de waarheid getrouw te zijn, hoe vurig hij ook wenscht, dat het hem gegeven ware, grooter en edeler daden te vermelden" Het hoogtepunt harer beschaving bereikte de blanke bevolking in haar feesten.

De schuttersstukken van Frans Hals vertoonen nog altijd de uitbundige overdaad dezer bijna tot een kunst verheven zwelgpartijen. Slechts in één opzicht stonden de gastmaaltijden, die in het gouvernementspaleis van Paramaribo ge- geven werden bij hun vaderlandsche voorbeeld ach- ter: Overigens waren overdaad en luxe zooveel uitda- gender en grooter, als Suriname grooter is dan Hol- land. Rijen slaven als bedienden, gouden vaatwerk, schittering van juweelen, zijden gewaden.

Het was, alsof men trachtte de angst jegens den onderworpene, die in ieders hart leefde, in een roes van zingenot te vergeten, alsof men de slaven in de eetzaal en de zwijgende zwarte massa buiten de vensters door dit vertoon van verkwisting en onbe- zorgdheid hoopte te imponeeren. En, laat in den tropennacht, ontbrandden sissend de vuurpijlen, alsof men omhoog joeg naar de sterren het overschot van een weelde, die daar beneden niet snel genoeg verbrast kon worden. De bezittende klasse van Suriname mag in het gouvernementspaleis dansen tot zij er bij neervalt, zij weet, dat er op den rand van een vulcaan ge- danst wordt.

Zij weet de verbittering in die zwarte menigte bui- ten de vensters, ook al verstaat zij de taal niet, die in de hutten der slaven wordt gesproken. Zij weet, dat de kruik soms onverwachts breekt, die reeds zoovele malen te water werd gelaten, dat sla- ven soms plotseling in opstand komen tegen hun blanke meesters. Zij weet, dat er een onverzoenlijk leger van Marrons in de bosschen leeft, die met geen beloften gekocht en met geen geweld onderdrukt kunnen worden.

De angst voor een algemeenen slavenopstand, de angst ook voor hun eigen geweten, voor de erken- ning van het onloochenbare feit, dat ook de onder- drukte een mensch is, leeft in de harten der onder- drukkers, hij vergiftigt hun stille oogenblikken, hij doet hen naar de kroes en naar het verkeerbord grij- pen, hij heeft hun heele denken doortrokken en doet hen de gedachten op steeds strenger en steeds wree- der straffen richten.

Onder de straffen, die behoorden tot de gewone bevoegdheden van den meester, nam die van de zgn. Bij deze straf werden den slaaf de beide handen tezamen ge- bonden, dan wrong men de knieën er door en stak vervolgens een stok tusschen de saamgebonden han- den en opgetrokken knieën. Deze stok werd stevig in den grond bevestigd en daarna begon de geeseling met een bundel tamarinderoeden een zeer hard en 5i knoestig hout.

Was de slaaf op de bovenliggende zijde doorgeslagen, zoodat het vleesch geheel rauw was, dan werd hij omgekeerd om vervolgens de an- dere zijde in denzelfden toestand te brengen.

Ook vrouwen en kinderen werden volgens deze methode gegeeseld. Soms gebruikte men voor deze geeseling ook ijzeren staven, maar daar een dergelijke straf- oefening veelal den dood, en dus schade voor den eigenaar ten gevolge had, maakte men hiervan geen gewoonte. Om den blanken in de stad de onaangename karwei van een dergelijke tuchtiging te besparen, kon men in Paramaribo den slaaf overleveren aan den cipier van het fort Zeelandia, die zich met zijn handlan- gers speciaal in dit vak getraind had, en tegen een behoorlijke fooi zich gaarne wat extra moeite ge- troostte.

Het Hof van Politie en crimineele Justitie 31 Ook de rechterlijke macht paste in die dagen de wreedste straffen toe. Sententie van 25 Februari Bij vonnis van den Hove van Politie en crimineele Justitie werd zekeren slaaf Quakoe, die zich tegen een blanken officier verzet had, veroordeeld om aan een paal gestrengelijk te worden gegeeseld en ge- brandmerkt, waarna vervolgens zijn voet afgehakt werd De slaaf Pedro, die van zijn meester weggevlucht was, werd gevangen genomen en veroordeeld om een been te worden afgehakt en levenslang aan de ves- tingwerken te zwoegen Eenige slaven, die beschuldigd werden van diefstal, ontvingen daarvoor een zevenhoeksche Spaansche bok, benevens een brandmerk op beide wangen.

Men hing aan zijn voeten een gewicht van 5p ponden om het schoppen en slingeren te beletten, waarna hij met een taai gevlochten riet met scherpe dorens werd ge- geeseld. De doodstraf bestond uit ophangen of radbraken. Veelvuldig kwam ook de straf voor, waarbij de sla- ven aan den haak gehangen werden.

Men sloeg deze haak dan door het vel of onder de ribben en alsof de vreeselijke pijnen nog niet genoeg waren, zoo werd de straf nog verzwaard door gloeiende tangen in de vleezige deelen te klemmen. Ook het levend verbranden van slaven was geen uitzondering in dien tijd. Vooral wanneer de Marrons berecht werden, kende de wreedheid geen grenzen. Eén voorbeeld uit de vele onmenschelijke vonnissen, die in de historie op- geteekend staan, is het volgende: Toen kapitein Swallenberg na zijn verovering van een aantal dor- pen der Marrons elf krijgsgevangenen als buit mede- bracht, zijn deze bij vonnis van den Hove van Po- litie en Crimineele Justitie van op de volgende wijze berecht: Nadat hij gestorven was, werd zijn hoofd afgekapt en op een ijzeren staak tentoongesteld ; de romp bleef een prooi der vogels.

De negers Wierai en Manbote werden aan palen ge- bonden en met een klein vuur levend tot asch ver- brand; het vleesch intusschen nu en dan met gloeien- de tangen genepen. De negerinnen Lucretia, Ambia, Agia, Gomba, Maria en Victoria werden op kruizen gelegd, daarna levend S4 geradbraakt en na gedane executie de hoofden af- gekapt en mede op staken aan den waterkant ge- plaatst. De negerinnen Diana en Christina werden eenvoudig de hoofden met een bijl afgeslagen en die hoofden mede ten toon gesteld" Wij willen nog enkele voorbeelden van rechtsple- ging vermelden, welke een fel licht werpen op de rechtvaardigheid der toenmalige koloniale justitie.

Een slaaf, Darius genaamd, diende hij het Hof klachten in over de onmenschelijke behandeling der slaven door den directeur Bongaard van plantage Sinabo. Er werd een onderzoek ingesteld en het uit- gebrachte verslag bracht het volgende aan het licht: Hij verbood daarna iedereen om den armen slaaf te verplegen of hem voedsel of drinken te ver- strekken. De slaaf stierf na hevige pijnen, zijn lijk werd in de nabijzijnde kreek geworpen.

Een andere slaaf, die evenals de vorige gemarteld werd, bleef echter in leven, waarop de planter hem liet wurgen. Nadat de koloniale justitie van de zaak Darius ken- nis had genomen, liet zij alle slaven op de plantage Sinabo dringend waarschuwen om toch vooral hun meester gehoorzaam te zijn in alles. Daarna liet zij aan Darius, die de klacht ingediend had, op verzoek van zijn meester een Spaansche bok toedienen. Claas Badouw, directeur van de plantage la Ren- contre, beschuldigde zijn slaaf Pierro ten onrechte een poging gedaan te hebben hem te vergiftigen.

Pierro werd in het kookhuis gebracht, waar men hem de tien vingers en de tien teenen afhakte met een scherpe beitel. Vervolgens dwong men hem deze op te eten. Badouw nam daarop zelf een mes en sneed een oor van den slaaf af, dat hij eveneens op moest eten. Toen sneed de blanke gentleman met een scheermes Pierro's tong af en gelastte hem deze in te slikken.

Stervende van pijn stamelde Pierro met het stompje van zijn tong enkele klanken. Badouw geraakte hierdoor in een zoodanige woede, dat hij met een nijptang ook het overige stuk van zijn tong uitrukte. Men bracht Pierro vervolgens naar de kade van de rivier, bond hem aan een oude tentboot vast en poogde hem levend te verbranden door droge kantras in brand te steken.

Daar de kantras geen vlam wilde vatten, gaf Badouw bevel om den armen slaaf los te maken, goed te geeselen en hem levend in een kuil te begraven, hetgeen dan ook vol- gens de orders van dezen beschavingbrenger is ge- schied.

Als eenige straf werd Badouw als directeur ontslagen en uit het land verbannen Een enkelen keer slechts scheen het ook aan de Hol- landsche justitie te bar te worden. Ter gelegenheid van het proces jegens Cornelia Mulder, huisvrouw van W.

Althans de koloniale regeering begon de ter dood veroordeelde slaven op te koopen van hun meesters. De doodstraf werd dan veranderd in levenslangen dwangarbeid aan de publieke werken. In dezen toestand moesten zij dan verder de rest van hun levensdagen aan de ketting werken Wanneer er echter voor Hollandsche rechtvaardig- heid een toppunt bestond, dan zouden wij die willen toekennen aan de beslissing die inzake den eisch van een zekeren Godef roy werd genomen.

Deze heer had de brutaliteit om bij de koloniale regeering een eisch tot schadevergoeding in te dienen voor achtentwin- tig door hemzelf geëxecuteerde slaven. De eisch werd toegewezen, en hij ontving hiervoor de somma van zegge en schrijve vijfduizend zeshonderd gulden!

De blanke meesters schenen in het algemeen niets te merken: Zij zagen in deze slaven niets dan ellendige, met lompen bedekte, vervloekte negers. Zij zagen en hoorden noch lichaamspijn noch harteleed, zij hadden geen aan- dacht voor gebrek en mishandeling of voor het ge- kerm der slachtoffers.

Zij dachten des te meer aan de winsten, die de Compagnie moest maken. Voor de klas stonden de eerwaarde Tilburgsche broeders en onderwezen ons in de heldendaden van Piet Hein en de Ruiter, van Tromp en de Evertsen en Banckert. Wij, zwarte kinderen op de achterste banken de voorste waren bestemd voor zoons en dochters van Europeanen martelden onze hoofden om er de jaartallen van Hollandsche, Beiersche en Bourgondische Gravenhuizen in te pompen.

Wij, die de namen van de opstandelingen Bonni, Baron en Joli Coeur tevergeefs in onze geschiedenis- boekjes zochten, beijverden ons om vlug en nauw- gezet voor het examen de namen en jaartallen op te dreunen der Nederlandsche gouverneurs, onder wier bewind men onze vaders als slaven ingevoerd heeft.

En het systeem werkte. Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweeken, dan dit geschiedenis- onderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een an- der volk worden genoemd en geprezen. Het heeft lang geduurd voor ik mijzelf geheel van de obsessie bevrijd had, dat een neger altijd en onvoorwaardelijk de mindere zijn moest van iederen blanke. Ik herinner mij, hoe het zusje van een mijner vrien- 58 den niet met haar eigen broertje wandelen wilde, om- dat zijn huidskleur een schakeering donkerder was dan de hare.

Ik herinner mij, hoe trotsch wij als kleine jongens waren wanneer blanke schoolmakkers zich verwaar- digden ons bij het knikkeren de stuiters af te win- nen. Dezelfde Europeesche jongens die zich te ver- heven voelden om ons ooit in hun huis te ontvangen. En het scheen ons billijk toe! Zoozeer had de ge- schiedenis der schoolboekjes ons het stempel der minderwaardigheid opgedrukt. Geen volk kan tot vollen wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.

Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken en voorts de onjuistheid aantoonen van de vredesbedoelingen der Hollanders ten tijde der slavernij. Zij was ten allen tijde het excuus voor ieder im- perialisme. Wanneer de vliegtuigen van Mac Donald hun doo- dende bommen op Inlandsche dorpen werpen, dan geschiedt dat slechts om den Britschen vrede te waarborgen waaronder de volken van het Oosten rustig en vreedzaam kunnen leven. En ook van Heutsz is, in dit licht gezien, een vredes- apostel.

En de lange reeks van koloniale gouverneurs leerden wij vereeren als mannen, die met het zwaard des Vredes de veiligheid en orde in ons land bescherm- den, den Hollandschen Vrede. Wanneer wij dan, in kort bestek, deze gouverneurs nogmaals de revue laten passeeren, dan is het om aan te toonen, hoe de Hollandsche vrede niets anders heeft beteekend dan een telkens opnieuw neerslaan 59 van een wanhoopsverzet, dat telkens opnieuw op- gelaaid is.

Hij groeide op aan het hof van Willem II, als speelmakker van het Kind van Staat en bekleedde weldra de aanzien- lijkste posten in het leger. Als kolonel van een regi- ment ruiterij streed hij in tegen de binnen- dringende Franschen. Hij was steil in het geloof, een dier typische Calvinisten die ons, uit oude schil- derijen, streng en rechtvaardig aanzien van boven hun kanten kraag. Geen wonder dat Holland trotsch is op dezen landvoogd, onder wien in enkele jaren tijds het aantal plantages van 50 tot uitgebreid werd en de suikerproductie van drie millioen Am- sterdamsche ponden tot zeven millioen was gestegen.

Hij zette het land der Surinamers wijd open voor energieke vreemdelingen uit alle staten van Europa. Fransche réfugiés stroomden binnen en ontvingen van hem niet slechts land, maar ook de slaven die voor het bewerken daarvan noodig waren.

Velen van hen kwamen weldra door handel en landbouw tot groote welvaart of werden tot de hoogste be- dieningen in de kolonie geroepen. Ook de Joden kwamen onder van Sommelsdyck tot voorspoed. Dit bezit werd onder het bestuur van Scharp- huizen nog uitgebreid met een gift van akkers uit naam van Holland. Een dergelijke gulheid jegens vreemdelingen imponeert ons Surinamers nog steeds bijzonder, omdat wij haar vergelijken bij de hou- ding, die in later jaren, tijdens de emancipatie, jegens de zgn.

Doch de gulheid van den gouverneur omsloot nog meerdere geloven. In vestigden zich in Suri- name een aantal Labadisten onder leiding van Ro- bijn. Hoe verging het dezen schapen en hun herders, die in het vruchtbare tro- pische land de oude kudde van Christus wilden her- stellen?

In hoeverre slaagden zij er in hun beginsel in toepassing te brengen, dat de zelfverloochening eischte, het individueel eigendom ophief, en voor- schreef, dat de leden der gemeente door dagelijkschen arbeid in hun eigen onderhoud moesten voorzien? Doch Quack verzuimt ons mede te deelen, dat deze menschen hun religieus socialistische gemeenschap vereenigbaar achtten met het bezit en de exploitatie van een leger slaven.

Het doel van al hun streven en zich inspannen, zegt Quack, was de geheele overgave aan en rust in God. Telkens aangevallen door de ver- bitterde Indianen en weggeloopen slaven, onderling verdeeld en bloot staande aan allerlei ziekten, waren zij ten slotte gedwongen de vestiging op te heffen. Doch keeren wij tot Sommelsdyck terug.

Onder zijn bewind zwoegden en zweetten de slaven. De calvinistische zedelijkheid vierde haar triomfen. Huwelijken tusschen blanken en zwarten werden streng verboden, — slechts het houden van een ge- kleurde maitresse achtte men geoorloofd.

Had niet, zooals de geschiedschrijvers vermelden, de gouver- neur zelve een Indiaansche vrouw tot zich genomen? En ondertusschen vond hij tusschen zijn beslomme- ringen toch nog tijd voor de handhaving van den Hollandschen vrede. Onder Sommelsdyck is de kop ingedrukt aan het laat- ste verzet der oorspronkelijke Indianen.

Zij verzet- ten zich vooral tegen het opdringen der Joden, die hen verdreven van de hoogere landen langs de Suri- name om daar zelf plantages aan te leggen. Sommelsdyck liet eerst, om zich tegen hun invallen te beschermen, twee forten oprichten, waarvan een aan de Commewijne en een aan de Para kreek was gelegen.

Op zijn eersten veldtocht verwoestte hij vijf dorpen aan de Oostzijde van de Coppename, doch het ge- lukte hem niet de bewoners gevangen te nemen die in de wildernis waren gevlucht.

Op zijn tweeden tocht voer hij met 3 vaartuigen over zee wederom naar de Coppename en drong het binnenland in. Ditmaal werden vele Surinamers ver- 62 moord of gevangen genomen. De dorpen werden verbrand en de Indianen ondervonden, dat zij niet opgewassen waren tegen de wapens der blanken. Zoo slaagde Sommelsdyck er tenslotte in met de Caraïben, de Arowakken en de Coppenamers een vrede te sluiten, waarbij zij van invallen afzagen, doch tevens door den gouverneur als vrije mannen erkend werden, die niet in slavernij zouden wor- den gebracht.

Acoeba Adiosie O, Adiosie M'oema, no kré m' goedoe na fetie mie o fetie ti mie fong ding mie sa cong baca. Vaarwel, vaarwel Acoeba, Ween niet, mijn vrouw, mijn schat, Vechten ga ik en strijden.

Pas na de overwinning kom ik terug. Ik heb mij altijd verbeeld dat het uit dien tijd stamde, toen deze Surinamers tegen de Hollanders streden.

De naam van den dichter kennen wij niet. Wij leer- den op school alleen den naam van wie hen onder- worpen hebben. Zij zouden daar voor het lichte werk gebruikt worden, omdat tenslotte toch ook een rasphuisboef natuurlijk verre verheven blijft boven de negerslaven voor wie het zware werk weggelegd bleef.

Het experiment om van Suriname een Ne- derlandsch Cayenne te maken, is voor den gouver- neur noodlottig geworden. Spoedig ontstond onder de voormalige boeven een geest van muiterij. Toen de gouverneur op 19 Juli met den comman- deur Verboom een wandeling langs de Oranjelaan maakte, werd hij plotseling staande gehouden door elf met geweren gewapende muiters. Zij eischten van hem vermeerdering van rantsoen en vermin- dering van werkzaamheden. Van Sommelsdyck trok dadelijk zijn zwaard, doch toen hij zijn arm ophief ontbrandden de geweren.

De gouverneur was op slag dood, Verboom, die door verschillende kogels getroffen werd, overleed eenige dagen later. Drie der rebellen werden geradbraakt, acht opge- hangen en de rest naar Holland teruggezonden. De zoon van Van Sommelsdyck bedankte voor de opvolging en de weduwe droeg haar aandeel in de heerschappij aan de stad Amsterdam over voor een bedrag van ƒ Onder zijn bewind werd een aan- val der Franschen met een vloot van negen schepen onder du Casse door de Hollanders afgeslagen.

Hij werd in opgevolgd door Mr. Gedurende zijn bestuursperiode, die tot duurde, konden de blanken ongestoord hun rijk- dom vermeerderen. Streng gold de wet, dat de slaaf als persoonlijk eigendom en roerend goed zal 64 geacht, geoordeeld en toegewezen worden. Onder de Surinamers ontstond het spreekwoord: Zoo voortdurend en zoo hardnekkig vloeit dit woord uit de pen der koloniale overheid, dat het wel schijnt alsof alle intelligentie der gouverneurs, alle moed der soldaten, ja de geheele cultuurarbeid der Europeanen slechts om deze eene as draaide: De Marrons, dat waren de bloedige wrekers van al te wreede slavenmeesters.

In werd voor het vangen van een slaaf binnen het distrikt of de rivieren ƒ In werd een premie gesteld van ƒ — ƒ 1 op de ontdekking der dorpen van de leiders en ƒ Later stelde men bovendien nog vast, dat iedere Europeaan die een of meer dorpen ontdekte, zoodat deze door de troepen aangevallen konden worden, een belooning van ƒ , ƒ of ƒ zou ge- nieten naar gelang van het slagen der verwoesting En iedere slaaf die verzuimde mededeelingen te doen, wanneer hem iets bekend was over de schuil- plaats der Marrons, werd getroffen met dezelfde straffen welke voor de vluchtelingen zelve golden.

Zoo gevreesd, zoo gehaat, zoo vervolgd waren deze boschnegers, wier aantal desondanks hard groeide Gedurende het bewind van Johan de Goyer — 5 zond de Fransche regeering twee schepen onder admiraal Jacques Cassard naar Suriname. Zij zeilden, op 8 Juni 2, de Surinamerivier binnen. Door den tegenstand der blanke bevolking werd de vijand gedwongen na 2 dagen weer zee te kiezen.

Doch Cassard keerde in October van hetzelfde jaar terug met acht oorlogsschepen en ongeveer 30 klei- nere vaartuigen. De Franschen begonnen Paramaribo te beschieten, landden op vele plantages en waren spoedig meester van de rivieren Para en Suriname. Daar de Europeesche mannen meerendeels ter ver- dediging van de forten naar Paramaribo waren ver- trokken, vluchtten hun blanke vrouwen en kinderen zoowel uit de stad als uit de plantages naar de bos- schen.

Zij stelden meer vertrouwen in de edelmoe- digheid der Marrons dan in die van hun blanken vijand. En dit vertrouwen is niet beschaamd gewor- den. Ja, het zijn Mar- rons geweest, die na het vertrek der Franschen op 1 2 December, aan velen dezer blanken den terugweg naar de stad en de plantages gewezen hebben.

Het lag niet in de lijn der Marrons zich te wreken op een weerloozen vijand. Admiraal Cassard is niet door de militaire praestaties der Hollanders tot den terugtocht gedwongen.

Hij dreigde alle plantages langs de rivieren plat te schie- ten, indien het koloniaal bewind hem niet een brand- schatting toestond. Het bestuur voldeed aan dezen eisch en betaalde aan Cassard een schatting van drie kwart millioen gulden in den vorm van wissels, sui- ker, goud, zilver en slaven Indianen en negers ". En het spel gaat verder. Teruggekeerd in hun woonplaatsen trachtten de kolonisten in de eerste plaats het stelsel van slavernij en uitbuiting in zijn oude gestrengheid te bevestigen, ja zoo mogelijk nog te intensiveeren om de verloren schade in te halen.

Vervolgens trachtte iedere planter, volgens de alge- meene mentaliteit dier dagen, zijn aandeel in de door het gemeenebest geleden schade te ontduiken.

Men eischte namelijk, dat iedere blanke burger acht a tien procent van de waarde zijner bezittingen zou bijdragen in de kosten der brandschatting. Velen weigerden, daar zij beweerden dat de aanval van Cassard zou zijn afgeslagen indien de regeering voor een betere verdediging zorg had gedragen.

Anderen gingen zelfs zoo ver, dat zij hun slaven naar de bos- schen zonden om zoodoende armer te schijnen dan zij in werkelijkheid waren. Het was natuurlijk de bedoeling, dat deze slaven terug zouden keeren nadat de ambtenaren, belast met het opmaken van een inventaris der bezittingen, vertrokken waren. Velen dier al te slimmen zagen zich echter in dezen opzet bedrogen, de slaven keerden niet terug en daar velen 68 tevens van de bestaande anarchie gebruik gemaakt hadden om te ontvluchten, was een sterke toename van het aantal Marrons een gevolg van deze kort- stondige Fransche overheersching.

Het verlies moest hersteld worden en het was de taak der edele Compagnie om hiervoor alle krachten in te spannen. Het binnenland van Afrika was echter reeds dermate leeggeroofd en geplunderd, dat het steeds moeilijker viel om te voldoen aan deze verplichting.

Toen dan ook van 1 tot en met slechts men- schen geleverd werden, inplaats van de voorgeschre- ven , steeg de verontwaardiging in de kolonie tot zulk een hoogte, dat de Geoctroyeerde Sociëteit zich genoodzaakt zag om in de volgende jaren meer dan 70 schepen naar de kust van Guinea te zenden ten einde te voldoen aan de aanvraag Telkens weer klonken de blijde saluutschoten van het fort Zeelandia wanneer, onder het trotsche Oranje blanje bleu der Prinsenvlag, opnieuw een schip vol slaven de rivier de Suriname opvoer.

Tel- kens weer konden de blanke planters nauwelijks hun geduld bedwingen, tot lossen, onderzoek en brand- merken der lading dat voor rekenschap van de fac- torij plaats vond was afgeloopen. En toch bleek het groote reservoir der slavernij een vat der Danaïden. Niet slechts omdat de overwerkte en uitgeputte slaven aan groote ziekteëpidemieën ten prooi vielen en in massa slachtoffers werden van de lepra een ziekte die voornamelijk voorkomt bij volkeren die in sla- vernij of onder groote ellende leven , niet slechts omdat zij stierven door hartzeer en onder de slagen van hun meesters, maar vooral ook, omdat een steeds grooter aantal van hun den weg wist te vinden naar hun bevrijde makkers in de bosschen.

Veelmeer moet het gezien worden als een strijd om de macht, die met de hatelijkste en kleinzieligste middelen gevoerd werd, tusschen de uit het moederland geïmporteerde gouverneurs en de Raden van Politie en Justitie, die uit een tal blanke kolonisten bestonden en in alle zaken van ge- wicht geraadpleegd moesten worden.

Beide partijen waren het er over eens, dat de Mar- rons uitgeroeid moesten worden, doch de gouver- neurs waren voor het uitrusten van militaire expe- dities, die hun de gelegenheid boden tot het ver- werven van krijgsroem, terwijl de Raden uit finan- cieele overwegingen meer voor een ander stelsel voelden: Reeds vrij spoedig slaagde deze expeditie er in, een kamp van de opstandige negers te ontdekken. Men trachtte de Marrons in hun slaap te overvallen, doch dit plan werd door de waakzaamheid der opstande- lingen verijdeld.

Men slaagde er slechts in de slavin- nen Flora en Séry met haar kind Patienta gevangen te nemen. Men kan zich onmogelijk menschelijke wezens voorstellen, meer hulpeloos en verlaten dan deze Séry met haar kind Patienta, en Flora. De nood van 't kindje vermengde zich in de gedachten van de moeder met het verbijsterend bedwelmende ge- voel van hetgeen zij zelve zal moeten doorstaan. Daarbij kwam het verlies van de vrijheid, die zoo heel kort is geweest, het scheiden van de plaats, waar zij met haar kind zoo'n korte poos het geluk gekend had.

Alles wat voor haar lag was een puinhoop, alles was geruïneerd en vernield. Séry voelde nog sterker dan alles de moederliefde, door het vreeselijk dreigend gevaar tot eene aan waanzinnigheid grenzende overspanning gedreven. Haar kindje was nog zoo jong en de gedachte slechts, dat straks ruwe blanke handen haar Patienta uit haar armen zouden rukken, deed haar huiveren. Zij druk- te het, terwijl zij met angstige blikken naar den troep blanke soldaten keek, met stuipachtige kracht aan haar borst.

Iedere stap, die de blanke aanvoerder Molinay nader tot haar bracht deed haar beven. Zij trilde als een blaadje, het bloed dreef naar heur hart terug. En toch was Séry een dapper vrouwtje. Zij drukte de zachte armpjes van het kind om haar hals en kuste 7i het nogmaals, terwijl men de kleine Patienta ruw uit haar armen losrukte. Geen gil kwam van haar lippen, ze keek slechts met fonkelende oogen den vaandrig Molinay aan, stond vervolgens op en monsterde de blanke soldaten fier, zonder de minste vrees hen allen uitdagend.

Zij was zelf verbaasd over de kracht, die haar scheen gegeven te worden, want ze wist wel, nu haar kind in de handen der soldaten was, dat geen mensch zich er over zou ontfermen. En toch, trots dit alles was ze onbevreesd. Elke vlaag van angst scheen door een macht verdreven te worden.

De zwakke vrouw was een heldin geworden. Het was of stroomen van kracht door haar lichaam liepen. Na een poos greep de bende ruwe blanke soldaten Séry vast, bond haar de handen en voeten, smeet de arme vrouw op den grond en begon haar te geese- len met scherpe roeden, om hierdoor te trachten haar tot verraad van haar lotgenooten te brengen. Na deze bloedige kastijding scheen Séry half dood te zijn. Toch trachtte men haar in dezen toestand te ondervragen, maar het gelukte de blanken niet iets uit haar te krijgen.

Zoo ging men in woede er toe over om de arme Séry met vuur en tangen te bewerken. In weerwil van al deze pijnigingen, die voor een vrouw haast onverdragelijk waren, bleef ze zich toch halsstarrig verzetten om hare broeders en zusters te verraden. Haar vriendin Flora toonde zich niet minder stand- vastig. Séry moest het aanzien hoe zij voor haar oogen vermoord en onthalst werd.

Het rapport luidt woordelijk: Maar nu vielen weerlooze Surinaamsche vrouwen in handen van zgn. Wij zullen uw namen steeds in eerbied gedenken. De kolonie nam in deze jaren snel in bloei toe. Het aantal plantages steeg tot ruim Voor het grootste deel werd sui- ker verbouwd, maar daarnaast begon men zich ook op andere cultures toe te leggen, zooals op het ver- bouwen van koffie, katoen en tabak. In werd de eerste koffie, in de eerste katoen in Am- sterdam geveild. In deze periode ontwikkelde zich ook de import van slaven tot een grootbedrijf, zooals wij reeds beschre- ven hebben.

Een groot aantal slavenschandalen vie- len in dezen tijd voor. Hoe wreeder de meesters ech- ter optraden, des te grooter werd het aantal slaven dat de gevaarlijke vlucht naar de bosschen verkoos boven het onmenschelijk zware leven op de plan- tages. De Marrons namen hierdoor snel in aantal toe en begonnen meer en meer aanvallend op te treden, 74 om te trachten hun zwarte broeders en zusters te bevrijden.

De opstandelingen beperkten zich niet tot enkele over- vallen, maar bouwden in de bosschen hun forten, welke herhaaldelijk onneembaar bleken. Een goed georganiseerde voorpostendienst hield hen op de hoogte van de bewegingen der Europeanen. De sla- ven, die door de blanken op hun tochten als lastdra- gers werden meegevoerd, raakten bovendien bekend met de paden in de bosschen en gebruikten deze wetenschap om zich bij de opstandelingen aan te sluiten.

Inmiddels drongen de bewindhebbers in Holland er steeds krachtiger op aan om strenge maatregelen tegen de ontsnapte slaven te nemen. Men besloot daarop een troep van ongeveer honderd soldaten onder Swallenberg uit te zenden. Het gelukte Swal- lenberg inderdaad drie door opstandelingen be- woonde dorpen te ontdekken. Om deze dorpen vond hij kostgronden die door de boschnegers voor eigen gebruik in het oerwoud ontgonnen waren, benevens nog twee nieuwe kostgronden, die zij bij voorbaat aangelegd hadden om er de slaven van twee plantages te huisvesten wanneer deze zich bij hen aan zouden sluiten.

Een treffend bewijs voor de zoogenaamde harteloosheid, luiheid en zorgeloosheid der negers! Swallenberg en zijn soldaten overrompelden de op- standelingen, doodden tien van hen en namen twee mannen, vijf vrouwen en elf kinderen gevangen. Volgens de beproefde toenmalige methoden van 75 oorlog voeren verwoestte men de kostgronden, ter- wijl de huizen neergehaald en met den grond gelijk gemaakt werden!

Honderden boschnegers zijn bij zulke razia's door de blanken gevangen genomen en terechtgesteld bij vonnis van den Hove van Politie en crimineele justitie. Hij was een vroom man met zoo sterke Christelijke beginselen, dat hij als eerste bestuursmaatregel een verbod tegen het lichtvaardig zweren, vloeken en de ontheiliging van Gods naam in de kolonie in- stelde.

Heeft Minister Donner wellicht in de ver- geelde archieven deze oude wet tegen de Godslaste- ring opgedoken? In ieder geval ziet men hier weder, dat er niets nieuws onder de zon is. Evenals Van Sommelsdyck was Mauricius verder een voorstander van de immigratie van vreemde kolo- nisten.

Vele Paltzer boeren en Zwitsersche gezinnen kwamen dan ook op uitnoodiging van den gouver- neur naar Suriname. Zij werden door de Hollandsche koloniale regeering in alles gesteund, doch hevige ziekten, de aanvallen der Marrons en een bandeloos leven richtten de meesten hunner te gronde. Verdeel en heersch De voornaamste verdienste van Mauricius bestaat 76 echter hierin, dat hij een nieuwe tactiek jegens de Marrons doorgevoerd heeft, die op het beroemde be- ginsel: De grondslag hier- van was, dat men de opstandelingen een grooten slag moest toebrengen en hun dorpen totaal vernie- len.

Wanneer zij op deze wijze in verwarring ge- bracht waren, moest men trachten met een deel van hen vrede te sluiten om dan gezamenlijk de andere Marrons aan te vallen. Hij wilde voor alles voor- komen dat de verschillende opstandige stammen zich aaneen zouden sluiten.

Daarom wilde hij een ge- deelte van hen als onafhankelijk en vrij erkennen, ja, hen met allerlei tegemoetkomingen paaien, om des te beter en zonder genade de anderen te kunnen vervolgen die buiten den vrede bleven.

Ook Van Sommelsdyck had reeds op dergelijke wijze een vredesverdrag gesloten met de Indianen, en in sloten de Engelschen op denzelfden grondslag een overeenkomst met een deel der opstandige Ja- maïcanen.

Deze waren deels te trotsch om van een verdrag met de boschnegers zelfs maar te hooren gewagen, anderzijds vreesden zij, dat men hierdoor de zwakheid der blanken zou erkennen en zoo- doende de opstandelingen prikkelen tot nog meer verzet.

Maar Mauricius zette door en trachtte het eerst om vrede te sluiten met de opstandelingen in het Wes- ten aan de Saramacca. Adoe de onverzetbare Reeds geruimen tijd had Mauricius getracht een 77 gunstige stemming voor zijn zgn.

Met de typische slimheid van den geboren heerscher wist hij hierbij een der zonen van ons land zelf als instrument te gebruiken om het vertrouwen der zwarten te winnen. In dit geval was het zijn slaaf Kwassie, die vaak als bemid- delaar gebruikt werd. Deze slaaf kende het geheim om uit allerlei kruiden artsenijen samen te stellen, waarmee hij zieken genas, die zelfs door de genees- heeren waren opgegeven.

Op 20 September vertrok kapitein Creutz met zijn leger naar de Westelijke Saramacca. Met de grootste snoeverij probeerde hij de Marrons bang te maken. Zij werden bedreigd met den dood en vol- strekte verdelging, indien zij weigerden de meege- brachte conventie te aanvaarden.

De conventie be- stond uit elf artikelen 45 , waarin de onafhankelijk- heid van den stam vastgelegd was, naast een, door eenige bepalingen beperkte vrijheid om met de blan- ken handel te drijven. Verder echter moesten de opstandelingen zich van hun kant verbinden, om de in gevluchte slaven uit te leveren, evenals al diegenen die zich later bij hen zouden vervoegen, terwijl zij ƒ Om hier kracht bij te zetten, ging Creutz er vast bij voorbaat toe over om vier dorpen van recalci- trante Marrons te verwoesten.

Intusschen zond de kapitein een paar gidsen naar de andere dorpen om de gevoelens over een toekom- stig verdrag te polsen. Een dezer gidsen keerde in- derdaad terug met aarde, boog en pijlen ten teeken van wapenstilstand. Weldra vonden nu de onderhandelingen plaats tus- 78 schen kapitein Creutz en Adoe, het opperhoofd der Saramacca boschnegers.

Zie hier een tafereel, waardig om door een schilder uitgebeeld en later in Hollandsche scholen als wandplaat te worden op- gehangen. Men had reeds eerder getracht deze dorpen te ontdekken, maar zij bleken ontoegankelijk en bij gedane pogin- gen stierven honderden blanken in de omringende moerassen.

Geen wonder dat er verder bij de kolonisten weinig animo bestond om het vredesverdrag met Adoe af te sluiten. Verschillende Hollanders weiger- den de overeenkomst te ratificeeren, zoodat er prac- 79 tisch niets tot stand kwam. Wel werd een klein aan- tal blanken opgedragen de geschenken aan Adoe te overhandigen, doch deze groep werd overvallen, de geschenken geroofd, zoodat het opperhoofd Adoe, die niets meer van de blanken hoorde, dacht dat men hem slechts met schoonklinkende beloften en mooie woorden trachtte te paaien tot er versterking uit Holland zou zijn aangekomen.

Hij achtte zich niet langer door het verdrag gebonden en greep op- nieuw naar de wapens. Mauricius als kruisvaarder Laat ons een oogenblik het bloedig oorlogsterrein ver- laten om ons rekenschap te geven van de cultureele maatregelen, welke de gouverneur ondertusschen in de kolonie trachtte in te voeren.

Onder Mauricius kwam het plan op om met de kerstening der slaven een begin te maken. Hier wrijft wellicht een op- merkzaam lezer zich de oogen uit en vraagt: De slavernij is toch door het Christendom slechts verdedigd als een middel om de arme heidenen tot de ware leer te bekeeren! Kan het dan zijn, dat de Hollanders reeds meer dan een eeuw in Suriname woonden, eer zij de zending met kracht ter hand namen?

Wat zullen wij antwoorden? De Hollanders zijn nu eenmaal geen Spanjaarden, die in overdreven fana- tisme aan de onderworpen volkeren niet slechts het lemmet van hun zwaarden toonden, maar ook de bovenzijde die het kruis van Christus voorstelt. Hol- landers zijn nuchtere kooplieden. Als slaven bidden, gaat er slechts arbeidstijd verloren. Als slaven den Bijbel lezen, gaan zij misschien denken en denkende 80 slaven worden gevaarlijk. Tot nog toe had de kolonie zich wel bevonden bij een tweetal voorgangers, die uitsluitend baden tot den God der blanken voor het heil van de blanke gemeente.

Mauricius echter overwoog misschien wel, dat het Christendom met zijn leer van een zaligheid hier- namaals een uitstekende remedie zijn kon tegen de opstandigheid diergenen, die wellicht liever reeds van de zaligheid hier op aarde zouden willen profiteeren. Hij verzocht en kreeg ook de toestemming van de hooge Heeren in Holland om godsdienstonderwijs aan slaven te laten geven. Zelfs gaven zij hem den raad, om eerst met de slaven, die het eigendom van de Geoctroyeerde Compagnie waren, te beginnen.

De uitvoering stuitte echter op grooten weerstand bij de kolonisten en tenslotte zwichtte ook Mauricius voor het argument dat er te veel geld mee gemoeid was. Men bouwde liever de redoute Purmerend om aan den vijand het binnenvaren der rivier te belet- ten.

Pas na de afschaffing van de slavernij kan van een actief godsdienstonderwijs aan de negers gespro- ken worden. Bruyère kende den tegenzin van de slaven tegen hun nieuwen meester, maar meende dat hij hen ge- makkelijk tot dezen dienst kon dwingen.

Hij alleen was wel in staat, zei hij, om zes slaven tegelijk te binden, in een pont te werpen en over te brengen. Liever echter dan deze krachtproef inderdaad te vertoonen, rekwireerde hij eenige stoere Hollandsche soldaten van de koloniale regeering. Zij verschenen prompt op het appèl en ontvingen de noodige tou- wen om weigerachtige zwarten desnoods te binden. Het transport van dit werkvee verliep echter niet zoo van een leien dakje als men zich dat wel voor- gesteld had.

Bij dezen opstand der slaven werden den snoever Bruyère beide handen afgehouwen, twee soldaten sneuvelden en meer dan slaven sloten zich aan bij de opstandige negers in de bosschen. Araby Ook in het Westen van de Marowijne en de Jouka- kreek bevonden zich talrijke opstandige dorpen. Ieder dorp had zijn afzonderlijk dorpshoofd. Er was geen sprake van een centrale regeering. Algemeen erkende men echter het moreele gezag van het opperhoofd Araby. Deze negers leefden zelf in vol- komen vrijheid, maar vergaten desondanks geen oogenblik het treurig lot van hun broeders en zusters op de plantages en te Paramaribo.

Dat de aanvallen van deze opstandige troepen op de blanke neder- zettingen geen gewone rooftochten waren, moge dan ook blijken uit het feit, dat zij de plantages nooit verlieten zonder een aantal pamfletten uitgestrooid te hebben, welke door zekeren Boston in het En- gelsch geschreven waren en waarin met krachtige woorden over de bevrijding der slaven werd gespro- ken.

Ook een scherpe bedreiging werd in deze mani- festen uitgesproken jegens blanken, die zich aan een gekleurde vergrepen. Voor iederen vermoorden neger beloofden zij drie of vier blanken terecht te stellen. Als gewoonlijk moesten brieven en geschenken den weg hiertoe banen. Vervolgens vonden de onderhandelingen plaats, welke wij voornamelijk vermelden om nogmaals de prachtige woorden neer te kunnen schrijven die daar door een van onze voorvaders gesproken wer- den.

Het was maar een heel gewone negerkapitein, een boschneger, wiens lichaam nauwelijks met een voddige broek of schamele lendendoek bedekt was, en hij stond tegenover de officieren wier uniformen van gouddraad glansden, maar zij waren de solda- ten van het koloniale bewind en hij was een zoon der vrije bosschen.

Luisteren wij naar de taal van een boschneger uit het oerwoud: Het is de grofste schande, dat een beschaafde natie, als die waartoe de Bakra's zich beroemen te behoo- ren, het mishandelen en doodmartelen van slaven goedkeurt.

In de uitgestrektheid der bosschen ging het gevoel van saamhoorigheid, bij gebrek aan onderlinge verbinding, vaak verloren, enkele stammen werden den eeuwigen oorlog moede en hunkerden naar den aangeboden vrede. In zulke gevallen slaagde de ver- deel-en-heersch politiek van Mauricius, en inderdaad mocht de koloniale regeering er op bogen met 16 stamhoofden een verdrag te hebben gesloten. Dan plengden blanken en zwarten uit een snede in hun arm enkele druppels bloed in een krabasie die met zuiver bronwater gevuld was, vermengd met een weinig droge aarde.

Men stortte enkele druppels op den grond, waarna alle aanwezigen uit de houten schaal moesten drinken. De Gadoman priester sprak zijn vloek uit over allen die het heilig verbond zouden breken en het volk antwoordde met een plechtig: Nog altijd wonen in de wildernis de vrije Djoeka's, afstammelingen der Marrons die voor de verlossing van hun broeders en zusters vochten.

Hun onafhan- kelijkheid wordt erkend door de Nederlandsche regeering. Zelfs wanneer een wetenschappelijke expeditie het binnenland intrekt, moet eerst hoffe- lijk de toestemming der negerkapiteins ingewonnen worden.

De kleine, zelfbestuurde gemeenschappen der boschnegers zijn nog niet aangeraakt door de razende begeerten van Duhamel's toekomstige we- reld. Tucht heerscht er, orde en recht vindt men er. Hier bestaan nog volksdansen, volksliederen, volks- 8 4 kunst, volkszede, hier bloeit nog de natuurlijke folklore, die men thans, in Europa, als kermisver- maak voor Vreemdelingen-Verkeer tracht te doen herleven.

Men werkt op de velden en in de bosschen, maar niet aan de loopende band en niet langer dan noodig is om te voorzien in de eenvoudige en na- tuurlijke levensbehoeften.

De blanken noemen dat luiheid. Als koelie op de plantages, als arbeider in de fabrieken is de Djoeka niet te gebruiken.

Wanneer hij enkele producten noodig heeft uit de z. Hij verstaat zijn vak, maar laat zijn diensten duur betalen. Zonder collectief contract of geschreven arbeidsovereenkomst bestaat er een vast tarief voor alle Djoeka's en nooit komt het in hun hoofd op elkander te beconcurreeren of onder de markt te werken. Tracht men hun een lager loon op te drin- gen, dan blijft het transport eenvoudig liggen of wel het lijdt op ongelukkige wijze schipbreuk bij de eerste de beste stroomversnelling.

De blanken spre- ken dan van vlegelachtige onbeschaamdheid. Maar de Djoeka is nog geen slaaf van Westersche fabrieks- producten en hij kent den prijs van zijn vrijheid. De vrijheid, welke hij, tengevolge der gesloten ver- dragen in rust en veiligheid kan genieten. Maar tot welken prijs? De rust is gekocht met een vrijwillige isolatie van de overige wereld en belet ieder opstijgen tot een hoogere beschaving of een betere vorm van inter- nationale samenleving.

De rust is daarmede gekocht, dat men voorgoed af- week van het oorspronkelijk streven der Marrons, die hun akkers bij voorbaat klaarmaakten om alle 85 broeders en zusters te ontvangen, die zij gezamenlijk uit het juk der slavernij wilden bevrijden. De rust is gekocht met een scheiding, welke binnen het zwarte volk zelf van Suriname werd getrokken. Want de verdeel-en-heersch politiek van Mauricius hééft vruchten gedragen en er is een scheiding ont- staan, die moeilijk zal zijn te overbruggen.

Wanneer, in onze jeugd, mijn vader uit het goud- delverskamp terugkwam, bracht hij vaak Djoeka vrienden mee en Djoeka's kwamen later op ons boerderijtje te gast wanneer zij de stad bezochten. Wij, als kinderen, keken naar hen op met een zekere angstige nieuwsgierigheid, als naar wilden waarvan men alles kan verwachten.

Wanneer zij praatten verstonden wij hun taal niet. Op school vertelden wij het interessante nieuwtje, dat er Djoeka's bij ons thuis waren geweest. Wij spotten over hun dom- heid. Wij voelden ons verre superieur aan de bosch- negers, omdat wij de edele kunst van schrijven en lezen geleerd hadden en omdat wij Europeesche klee- ren droegen.

En toch speelden wij, vaak onbewust, in die Europeesche kleeren slechts den aap onzer meesters. En de Wild-West films der bioscopen, de klater- goud genoegens der stad waren slechts een goedkoop surrogaat voor de eeuwige schoonheid der vrije na- tuur waarbinnen die verachte Djoeka's leefden.

En onze verachting zelve was een der hechtste schakels van den keten, waarmede wij aan het Westersche productiestelsel gebonden waren. In werkelijkheid zag de zaak er zoo uit, dat reeds in October door Araby, Porno en veertien andere opperhoofden der opstandelingen eenerzijds en Majoor Meyer voor de koloniale regeering ander- zijds, een voorloopig vredesverdrag was geteekend.

De inhoud van het concept verdrag kwam hoofd- zakelijk hierop neer, dat deze boschnegers als vrije lieden erkend werden en hunne woonplaatsen zelf konden kiezen, mits op een behoorlijken afstand van de plantages.

Verder zouden zij jaarlijks van de regeering eenige geschenken ontvangen, waar tegen- over zij zich moesten verbinden om de slaven, die bij hen een toevlucht zochten, uit te leveren. Toen echter de gouverneur in de volle vergadering van het 87 Hof van Politie en Justitie met open deuren verslag uitbracht over de gesloten overeenkomst, moest hij tevens namens deze boschnegers de waarschuwing mededeelen: De gesloten tractaten beteekenden slechts een wa- penstilstand.

Geen duidelijker getuigschrift is denk- baar voor de bedoelingen der Marrons dan dit eene, dat hun strijd en opstandigheid even lang geduurd heeft als de wettelijke slavernij op Surinaamschen bodem is gehandhaafd! Daarmede wordt de ge- heele periode van den vroegeren Raad-Fiscaal, later Gouverneur Jan Nepveu afgedaan.

De periode, waarin het scheen alsof het blanke bewind voorgoed onder de steeds feller mokerslagen der opstande- 88 lingen zou bezwijken. De aanvallen, eerst op de plantages der wreedste onderdrukkers, later ook, systematisch en strategisch op de Hollandsche mili- taire posten. Het eedgenootschap aan de Cottica. Niets van dit alles. Geen woord over Bonni, geen letter over Baron, geen zinnetje over Joli Coeur, de heldhaftige opperhoofden der Marrons.

Zoo licht een Nederlandsch standaardwerk zijn lezers in over de geschiedenis eener Hollandsche kolonie. En gekocht met hoeveel bloed, met hoeveel wreedheid, met hoeveel ver- woesting! Reeds in zijn vroegste jeugd muntte de jonge zwarte uit door een zoo bijzondere intelligentie, dat zijn meester het nuttig oordeelde hem iets wat anders voor kleurlingen vrijwel nooit geschiedde in de kunst van lezen en schrijven te laten onderwijzen.

Bovendien liet zijn meester hem een ambacht leeren en nam hij hem later mee op een reis naar Holland. Wonderlijke wereld, die zich hier voor den begaaf- den jongen zwarte opende!